De Canadese premier Mark Carney gaf op 20 januari 2026 in Davos een krachtige retorische speech over het einde van de Amerikaanse wereldorde. Trump had net een crisis geforceerd over Groenland en sloot een invasie schjnbaar niet uit. De NAVO schudde op zijn grondvesten. Voor Canada was het niet helemaal nieuw, Trump schamperde in 2025 al een keer dat ook Canada onderdeel van de VS zou moeten worden en het land werd het slachtoffer van Trumps rauwe tarievenpolitiek.
Carney stelde in zijn speech een alternatief voor onderdanigheid voor: je eigen weg kiezen. Minder afhankelijkheid van grootmachten. Samen sterk zijn. Als Amsterdamse Brugman Club zullen we eerst zijn retoriek analyseren en daarna de Nederlandse vertaling publiceren.
De metafoor van de groenteboer
Carney opent met een uitgebreide referentie aan Václav Havels essay The Power of the Powerless. Hij introduceert de analogie van de groenteboer in een communistisch land die een bordje met “Arbeiders aller landen, verenigt u” in zijn raam hangt, niet uit overtuiging, maar uit rituele conformiteit.
- Het retorische doel: Carney gebruikt deze literaire referentie als een paradigmaverschuiving. Hij stelt de huidige “rules-based international order” gelijk aan het falende communistische systeem van 1978.
- Stijlfiguur: De allegorie. Door de internationale politiek te reduceren tot een bordje in de etalage van een groenteboer, maakt hij een abstract geopolitiek falen tastbaar en moreel laakbaar. De zin “It is time for companies and countries to take their signs down” fungeert als een krachtige imperatief die de luisteraar dwingt tot een keuze: medeplichtigheid of waarachtigheid.
‘De wereldorde was nuttige fictie’
In de tekst noemt Carney de regels-gebaseerde wereldorde “useful fiction”.
- Analyse: Carney geeft toe dat de wereldorde “partially false” was. Dit is een vorm van procatalepsis (het vooruitlopen op kritiek). Door zelf de zwaktes van het systeem te benoemen (asymmetrische handhaving, hegemoniale uitzonderingen), bouwt hij aan een eerlijk ethos. Hij positioneert zich niet als een idealist, maar als een desillusionist.
- De breuk vs. de overgang: Hij stelt expliciet: “We are in the midst of a rupture, not a transition.” Hier zien we een distinctio. Door het woord ‘transitie’ (dat rust en controle suggereert) te verwerpen ten gunste van ‘ruptuur’ (breuk), verhoogt hij de retorische urgentie. Een breuk vereist onmiddellijk handelen; een transitie slechts beheer.
‘Capital talent (superieur talent)’ = mooie vondst
De zin waar u de discussie mee begon — “In other words, we have capital talent” — staat in de tekst direct na een opsomming van Canada’s materiële rijkdommen (energie, mineralen, pensioenfondsen).
- Syntactische functie: Carney gebruikt hier ‘capital’ niet noodzakelijkerwijs als bijvoeglijk naamwoord, maar voert een versmelting van concepten uit. Hij spreekt over de aanwezigheid van zowel financieel kapitaal als intellectueel talent.
- Retorisch effect: Het is een hendiadys (het uitdrukken van één complex idee door twee kernwoorden). Hij claimt dat Canada de zachte macht (talent) heeft om de harde macht (kapitaal) te sturen. Dit dient als bewijs voor zijn stelling dat Canada een “energy superpower” is die niet langer afhankelijk is van de grillen van hegemons.
‘Wie niet aan tafel zit, staat op het menu: beroep op pathos
Een van de meest pregnante zinnen in de speech is: “If we’re not at the table, we’re on the menu.”
- Stijlfiguur: Een idiomatische antithese. Het contrasteert ‘agency’ (aan tafel zitten) met ‘objectificatie’ (op het menu staan).
- Pathos: Dit is een direct beroep op de angst voor irrelevantie. Het is bedoeld om de zogenaamde “middle powers” te mobiliseren tot collectieve actie. Carney frame’t soevereiniteit hier niet als een abstract recht, maar als een resultaat van risicomanagement.
- Retorisch argument: het is een klassiek of/of argument
Synthese: beroep op morele superioriteit & kracht
Carney introduceert de term “value-based realism”. Dit is een oxymoron (begrip dat uit twee tegengestelde onderdelen bestaat) die fungeert als een nieuwe politieke doctrine.
- Logos: Hij combineert principes (mensenvrijheid, integriteit) met pragmatisme (interessen, defensie-uitgaven).
- Argumentatiestructuur: Hij eindigt met een beroep op de “waarheid” (Havel). Hij stelt dat “leven in waarheid” voor een land betekent dat het zijn defensie op orde brengt en zijn economie diversifieert. Hiermee koppelt hij morele superioriteit direct aan militaire en economische kracht.
Bewust niet noemen van Trump
Een cruciale techniek in Carney’s speech is de perifrase. Hij noemt Trump of de dreiging tegenover Groenland niet bij naam, maar spreekt over “krachten van fragmentatie” en “geopolitieke breuken”.
Dit is een strategische litotes (onderwaardering): door de agressor niet te nomineren, ontzegt hij Trump het podium van de directe confrontatie. In plaats daarvan frame’t hij Trumps acties als een natuurverschijnsel of een “systeemfout” die door rationele actoren (de Davos-elite) moet worden gecorrigeerd.
Slotsom: goed gebruld!
Mark Carney’s speech is een prachtig voorbeeld van de deliberatieve retorica. Hij gebruikt de autoriteit van een econoom om een diepe politieke breuk te rechtvaardigen. Zijn kracht ligt in het feit dat hij de “oude orde” niet verdedigt, maar doodverklaart, om vervolgens Canada te presenteren als de rationele architect van de nieuwe orde.
De vertaalde speech: ‘Wie niet aan tafel zit, staat op het menu’
(speech Mark Carney, WEF, Davos 2026)
Het lijkt alsof we er elke dag aan worden herinnerd dat we leven in een tijdperk van rivaliteit tussen grootmachten — en dat de op regels gebaseerde orde vervaagt, dat de sterken kunnen doen wat ze kunnen, en de zwakken moeten lijden wat ze moeten lijden.
Dit amforisme van Thucydides wordt gepresenteerd als onvermijdelijk; als de natuurlijke logica van internationale betrekkingen die zichzelf herstelt. Geconfronteerd met deze logica is er een sterke neiging voor landen om mee te gaan, mee te doen om tegemoet te komen, om problemen te vermijden, om te hopen dat volgzaamheid veiligheid koopt.
Welnu, dat zal niet gebeuren. Dus wat zijn onze opties?
In 1978 schreef de Tsjechische dissident Václav Havel, later president, een essay genaamd “De macht van de machtelozen”, en daarin stelde hij een eenvoudige vraag: hoe hield het communistische systeem zichzelf in stand?
Zijn antwoord begon met een groenteman.
Elke ochtend plaatst de winkelier een bord in zijn etalage: “Proletariërs aller landen, verenigt u.” Hij gelooft er niet in. Niemand doet dat. Maar hij plaatst het bord toch om problemen te vermijden, om volgzaamheid te tonen, om mee te kunnen draaien. En omdat elke winkelier in elke straat hetzelfde doet, blijft het systeem voortbestaan — niet door geweld alleen, maar door de deelname van gewone mensen aan rituelen waarvan zij persoonlijk weten dat het valse rituelen zijn.
Havel noemde dit leven binnen een leugen. De macht van het systeem komt niet voort uit zijn waarheid, maar uit de bereidheid van iedereen om toneel te spelen, alsof het waar is. En zijn breekbaarheid komt uit dezelfde bron. Want wanneer zelfs maar één persoon stopt met toneelspelen, wanneer de groenteman zijn bord verwijdert, begint de illusie te barsten.
Vrienden, het is tijd voor bedrijven en landen om hun borden weg te halen.
Decennialang floreerden landen als Canada onder wat we de op regels gebaseerde internationale orde noemden. We sloten ons aan bij haar instellingen, we prezen haar principes, we profiteerden van haar voorspelbaarheid. En daarom konden we op waarden gebaseerd buitenlands beleid voeren onder haar bescherming.
We wisten dat het verhaal van de internationale op regels gebaseerde orde gedeeltelijk onwaar was, dat de sterksten zichzelf zouden vrijstellen wanneer dat uitkwam, dat handelsregels asymmetrisch werden gehandhaafd, en we wisten dat internationaal recht werd toegepast met wisselende gestrengheid, afhankelijk van de identiteit van de beschuldigde of het slachtoffer.
Deze fictie was nuttig. Met name de Amerikaanse hegemonie hielp bij het leveren van publieke goederen, open zeeroutes, een stabiel financieel systeem, collectieve veiligheid en steun voor kaders voor het oplossen van geschillen.
Dus plaatsten we het bord in de etalage. We namen deel aan de rituelen, en we vermeden grotendeels het benoemen van de gaten tussen retoriek en realiteit.
Deze afspraak werkt niet langer.
Laat me direct zijn. We bevinden ons midden in een breuk, niet een overgang.
Gedurende de afgelopen twee decennia heeft een reeks crises in financiën, gezondheid, energie en geopolitiek de risico’s van extreme wereldwijde integratie blootgelegd. Maar meer recentelijk zijn grootmachten begonnen met het gebruiken van economische integratie als wapens, tarieven als hefboomwerking, financiële infrastructuur als dwang, toeleveringsketens als kwetsbaarheden om te worden uitgebuit.
Je kunt niet leven binnen de leugen van wederzijds voordeel door integratie wanneer integratie de bron van je ondergeschiktheid wordt.
De multilaterale instellingen waarop de middelgrote machten hebben vertrouwd — de WTO, de VN, de COP, de architectuur zelf van collectieve probleemoplossing — worden bedreigd. Als gevolg daarvan trekken veel landen dezelfde conclusie: dat ze grotere strategische autonomie moeten ontwikkelen in energie, voedsel, kritieke mineralen, in financiën en toeleveringsketens. En deze impuls is begrijpelijk. Een land dat zichzelf niet kan voeden, van brandstof voorzien of verdedigen heeft weinig opties. Wanneer de regels je niet langer beschermen, moet je jezelf beschermen.
Maar laten we nuchter zijn over waar dit naartoe leidt. Een wereld van vestingen zal armer, fragieler en minder duurzaam zijn.
En er is nog een andere waarheid: als grootmachten zelfs de schijn van regels en waarden opgeven om hun macht en belangen ongehinderd na te nastreven, drogen de voordelen van afspraken met deze machten vanzelf op. Grootmachten kunnen hun relaties niet voortdurend te gelde maken. Bondgenoten zullen risico’s spreiden om zich in te dekken tegen onzekerheid. Ze zullen verzekeringen kopen, opties vergroten om soevereiniteit te herbouwen — soevereiniteit die ooit gegrond was in regels maar die in toenemende mate verankerd zal zijn in het vermogen om druk te weerstaan.
Deze zaal weet dat dit klassiek risicomanagement is. Risicomanagement komt met een prijs, maar die kosten van strategische autonomie, van soevereiniteit, kunnen ook worden gedeeld. Collectieve investeringen in veerkracht zijn goedkoper dan wanneer iedereen zijn eigen vestingen bouwt. Gedeelde normen beperken versnippering. Wanneer we elkaar aanvullen, creëren we een gezamenlijke meerwaarde.
De vraag voor middelgrote machten zoals Canada is niet òf we ons gaan aanpassen aan de nieuwe realiteit — we zullen wel moeten. De vraag is of we ons aanpassen door eenvoudigweg hogere muren te bouwen, of dat we iets ambitieuzers gaan doen.
Nu was Canada een van de eersten om wakker geschud te worden, wat ons ertoe bracht onze strategische houding fundamenteel te verschuiven. Canadezen weten dat onze oude, comfortabele aannames dat onze geografie en lidmaatschappen van bondgenootschappen automatisch welvaart en veiligheid verleenden, niet langer geldig zijn. En onze nieuwe benadering rust op wat Alexander Stubb, de president van Finland, op waarden gebaseerd realisme heeft genoemd.
Of, om het anders te zeggen: we streven ernaar om zowel principieel als pragmatisch te zijn. Principieel in onze toewijding aan fundamentele waarden, soevereiniteit, territoriale integriteit, het verbod op het gebruik van geweld behalve wanneer consistent met het VN-Handvest en respect voor mensenrechten. Pragmatisch in het erkennen dat vooruitgang vaak stapsgewijs is, dat belangen uiteenlopen, dat niet elke partner al onze waarden zal delen.
Daarom treden we de wereld breed en strategisch tegemoet, met open vizier. We gaan uit van de wereld zoals die is, in plaats van te wachten op de wereld zoals we zouden willen dat die was. We herijken onze relaties zodat hun diepte onze waarden weerspiegelt, en we zetten in op een brede dialoog om onze invloed maximaal te doen gelden, gezien de vloeibaarheid van de wereld op dit moment, de risico’s die dit met zich meebrengt en de belangen voor wat aanstaande is.
En we vertrouwen niet langer alleen op de kracht van onze waarden, maar ook op de waarde van onze kracht.
We bouwen die kracht thuis op. Sinds mijn regering aantrad, hebben we belastingen op inkomens, op vermogenswinsten en bedrijfsinvesteringen verlaagd. We hebben alle federale barrières voor interprovinciale handel verwijderd. We investeren versneld $1 biljoen in energie, AI, kritieke mineralen, nieuwe handelsgangen en meer. We verdubbelen onze defensie-uitgaven tegen het einde van dit decennium, en we doen dat op manieren die onze binnenlandse industrieën opbouwen. En we verbreden onze buitenlandse horizon.
We zijn een alomvattend strategisch partnerschap overeengekomen met de EU, inclusief deelname aan SAFE, de Europese regelingen voor defensie-inkoop. We hebben in zes maanden tijd 12 andere handels- en veiligheidsovereenkomsten getekend op vier continenten.
In de afgelopen paar dagen hebben we nieuwe strategische partnerschappen afgesloten met China en Qatar. We onderhandelen over vrijhandelspacten met India, ASEAN, Thailand, de Filipijnen en Mercosur.
We doen nog iets anders: om te helpen mondiale problemen op te lossen, kiezen we voor ‘variabele geometrie’. Met andere woorden, verschillende coalities voor verschillende kwesties op basis van gemeenschappelijke waarden en belangen. Dus wat betreft Oekraïne zijn we een kernlid van de Coalition of the Willing en een van de grootste bijdragers per hoofd van de bevolking aan de defensie en veiligheid ervan.
Over Arctische soevereiniteit staan we stevig achter Groenland en Denemarken en steunen we volledig hun unieke recht om de toekomst van Groenland te bepalen.
Onze toewijding aan NAVO’s Artikel 5 is onwankelbaar, dus we werken samen met onze NAVO-bondgenoten, waaronder de Nordic-Baltic Eight, om de noordelijke en westelijke flanken van het bondgenootschap verder te beveiligen, inclusief door Canada’s ongekende investeringen in over-the-horizon radar, in onderzeeërs, in vliegtuigen, en laarzen op de grond — laarzen op het ijs.
Canada verzet zich fel tegen tarieven vanwege Groenland en roept op tot gerichte gesprekken om onze gedeelde doelstellingen van veiligheid en welvaart in het Noordpoolgebied te bereiken.
Voor wat betreft plurilaterale handel verdedigen we inspanningen om een brug te slaan tussen het Trans-Pacifisch Partnerschap en de Europese Unie, wat een nieuw handelsblok van 1,5 miljard mensen zou creëren.
Voor wat betreft kritieke mineralen vormen we kopersclubs verankerd in de G7, zodat de wereld kan spreiden, weg van geconcentreerd aanbod. En wat betreft AI werken we samen met gelijkgestemde democratieën om te verzekeren dat we uiteindelijk niet gedwongen zullen worden om te kiezen tussen hypermachten en hypertechconcerns.
Dit is geen naïef multilateralisme, noch is het vertrouwen op hun instituten. Het is het bouwen van coalities die kwestie voor kwestie werken, met partners die genoeg gemeenschappelijke grond delen om samen op te treden. In sommige gevallen zal dit de grote meerderheid van de naties zijn. Wat het doet is het creëren van een dicht web van verbindingen over handel, investering, cultuur waaruit we kunnen putten voor toekomstige uitdagingen en kansen.
Onze visie is dat middelgrote machten samen moeten handelen – want als we niet aan tafel zitten, dan staan we op het menu.
Ik moet ook zeggen dat grootmachten het zich – vooalsnog – kunnen veroorloven om het alleen te doen. Zij hebben de marktomvang, de militaire capaciteit en de hefboomwerking om voorwaarden te dicteren. Middelgrote machten niet.
Maar wanneer we alleen bilateraal onderhandelen met een overheersende grootmacht, onderhandelen we vanuit zwakte. We accepteren wat wordt aangeboden. We concurreren met elkaar om de meest meegaande te zijn. Dat is geen soevereiniteit. Dat is het toneelspelen van soevereiniteit terwijl men onderdanigheid accepteert.
In een wereld van rivaliteit tussen grootmachten hebben de landen daartussen een keuze: met elkaar concurreren om gunsten, of samenwerken om een derde effectvolle weg te creëren. We mogen ons niet laten verblinden door de opkomst van rauwe machtspolitiek. De kracht van legitimiteit, integriteit en regels blijft onverminderd groot, als we die macht samen durven in te zetten.
Wat me terugbrengt bij Havel. Wat betekent het voor middelgrote machten om de waarheid te leven?
Ten eerste betekent het de realiteit benoemen. Stop met het aanroepen van de op regels gebaseerde internationale orde alsof deze nog functioneert zoals rondgebazuind. Noem het wat het is: een systeem van steeds sterkere rivaliteit tussen grootmachten waar de machtigsten hun belangen nastreven door economische integratie als dwang te gebruiken.
Het betekent dat we consistent moeten handelen, dezelfde standaarden toepassen op bondgenoten en rivalen. Wanneer middelgrote machten economische intimidatie uit de ene richting bekritiseren maar zwijgen wanneer het uit een andere komt, houden we het bord in de etalage.
Het betekent dat we moeten bouwen aan waar we beweren in te geloven, in plaats van te wachten tot de oude orde is hersteld. Het betekent dat we instellingen en overeenkomsten creëren die functioneren zoals beschreven, en het betekent dat we de hefboomwerking verminderen die dwang mogelijk maakt.
Dat betekent het bouwen van een sterke binnenlandse economie. Het zou de onmiddellijke prioriteit van elke regering moeten zijn.
En internationaal risico’s spreiden is niet alleen economische voorzichtigheid; het is de materiële basis voor een geloofwaardige koers: je kunt pas echt principieel zijn als je niet langer chantabel bent door je kwetsbaarheid voor represailles te verminderen.
Over naar Canada. Canada heeft wat de wereld wil. Wij zijn een energiesupermacht. We bezitten enorme reserves aan kritieke mineralen. We hebben de hoogst opgeleide bevolking ter wereld. Onze pensioenfondsen behoren tot ’s werelds grootste en meest geavanceerde investeerders. Met andere woorden, we hebben superieur talent. We hebben ook een regering met een enorme fiscale capaciteit om besluitvaardig op te treden. En we hebben de waarden waar vele anderen naar streven.
Canada is een pluralistische samenleving die werkt. Onze publieke ruimte is luidkeels, divers en vrij. Canadezen blijven toegewijd aan duurzaamheid. Wij zijn een stabiele en betrouwbare partner in een wereld die dat allesbehalve is, een partner dat relaties opbouwt en waardeert voor de lange termijn.
En we hebben nog iets anders: we erkennen wat er aan de hand is en bezitten de vastberadenheid om dienovereenkomstig te handelen. We begrijpen dat deze breuk vraagt om meer dan aanpassing. Het vraagt om eerlijkheid over de wereld zoals die is.
Dus halen een bord uit de etalage.
We weten dat de oude orde niet terugkomt. We zouden er niet om moeten rouwen. Nostalgie is geen strategie. We geloven dat we vanuit de breuk iets groters, beters, sterkers, rechtvaardigers kunnen bouwen. Dit is de taak van de middelgrote machten, de landen die het meeste te verliezen hebben bij een wereld van vestingen en het meeste te winnen bij oprechte samenwerking.
De machtigen hebben hun macht. Maar wij hebben ook iets: de capaciteit om te stoppen met doen alsof, om realiteiten te benoemen, om onze kracht thuis op te bouwen en om samen te handelen.
Dat is de weg van Canada. We kiezen het openlijk en zelfverzekerd, en het is een pad dat wijd openstaat voor elk land dat bereid is het met ons te bewandelen.
Dank u zeer.
